Killer Slope

Bergbeklimmen lijkt een teamsport. Maar topklimmers zijn vaak bijzonder egocentrisch. Killer Slope (Geertjan Lassche, Nederland 2014) onderzoekt het functioneren van grote ego’s in teamverband.

De documentaire volgt een Nederlands team van twaalf klimmers in de Himalaya. Ze beginnen gezamenlijk aan de beklimming van de Cho Oyu  (8.201 meter), een van de hoogste bergen ter wereld. De Cho Oyu lijkt een eigen wil te hebben en laat zich niet zomaar bedwingen.

Het is de bedoeling om in teamverband de top te halen. Of dat lukt, is maar de vraag. Regisseur Geertjan Lassche stelt regelmatig confronterende vragen. Prevaleert het teambelang tijdens de klim? Of zijn sommige ego’s rücksichtslos en hebben die uiteindelijk lak aan alles en iedereen? Tegen de achtergrond van schitterende vergezichten worden de spanningen in het team blootgelegd.

De opnames van de strubbelingen op de berg worden doorsneden met archiefmateriaal. Dat materiaal bestaat vooral uit beelden van talkshows waarin oude vetes tussen topklimmers worden uitgevochten. Die vetes komen ook tijdens de beklimming van de Cho Oyu ter sprake.

Lassche laat in Killer Slope goed zien dat het lang niet altijd rozengeur en maneschijn is in de bergen. Zelf maakte hij al sportdocumentaires over wielrennen (Niemand kent mij, 2011) en over schaatsen (Zwart IJs, 2013). Lassche wil in zijn films laten zien dat sport niet zozeer draait om presteren, maar om de sociale interactie tussen mensen.

Ook in The Ridge (Spanje, 2012) van Migueltxo Molina en Pablo Iraburu staat bergbeklimmen centraal. De film was eerder al op IDFA te zien en gaat over de reconstructie van een levensgevaarlijke poging van twaalf bergbeklimmers om een doodzieke collega in de Himalaya te redden. De klimmers zijn in deze film in het geheel niet asociaal. Ze staan altijd voor elkaar klaar.

The Ridge is een stuk spannender dan Killer Slope, maar de film van Lassche is wel veel realistischer. Bergbeklimmen is tenslotte niet altijd gezellig.

Deze recensie staat ook op 2doc.