Hitlers laatste stuiptrekking

Op 16 december 1944 deed Adolf Hitler een laatste, ultieme poging om zijn Duizendjarige Rijk te redden. Met een offensief in de Ardennen wilde hij Antwerpen heroveren en de geallieerden verdelen. In de Belgische Ardennen veroorzaakte hij zo, met honderden oprukkende Duitse tanks, een storm van staal. Antwerpen werd echter nooit bereikt. In de Ardennen vond Hitler zijn Waterloo.

Amerikaanse soldaten zoeken dekking tijdens de Slag om de Ardennen.

Op 16 december 1944 barstte er om 5.30 uur ’s ochtends in de Belgische Ardennen langs de Duitse grens een waar pandemonium los. Geallieerde soldaten die daar waren gelegeerd werden ruw uit hun slaap gewekt door donderende Duitse kanonnen. Het Ardennenoffensief – The Battle of the Bulge, zo genoemd vanwege de vorm van de frontlijn (een uitstulping) – kwam als een totale verrassing voor de geallieerden. Na een klein halfuur hield het kanongebulder op en klonk het geluid van honderden ronkende tanks. Duitse pantservoertuigen begonnen aan hun opmars. In hun kielzog volgden tienduizenden infanteristen.

Sinds september had er in de Ardennen geen militaire activiteit meer plaatsgevonden. Vanwege de ontoegankelijkheid van het gebied werd er door de geallieerden niet op een Duitse tegenaanval gerekend. De geallieerde troepen – in de Ardennen bestonden die voor het overgrote deel uit Amerikanen – beschouwden de regio als relatief rustig en vreedzaam. Vermoeide veteranen konden er tot rust komen, nieuwe rekruten werden er klaargestoomd voor het front.

Wacht am Rhein

Een ideale plaats dus voor een verrassingsaanval. Einddoel van het Duitse offensief was Antwerpen. Wanneer die belangrijke aanvoerhaven eenmaal heroverd was, dan konden geallieerde versterkingen moeilijker worden aangevoerd. Ook zouden er dan diverse geallieerde legers in Noord-België en Nederland ingesloten raken.

De Duitsers hadden vrijwel onopgemerkt 200.000 geoefende soldaten naar de Ardennen gebracht. Ter ondersteuning had Hitler zijn laatste goed uitgeruste pantserdivisies en duizenden kanonnen bijeengebracht. Het verrassingseffect was zo belangrijk voor de Duitsers dat zelfs de codenaam Wacht am Rhein de geallieerden op het verkeerde been moest zetten. De codenaam moest de geallieerden doen geloven dat Hitler een verdedigingsoperatie voorbereidde in plaats van een groot offensief. In werkelijkheid moesten troepen volgens plan in vier dagen de Maas in het noordwesten oversteken. Daarvandaan was het vrij eenvoudig om over vlak terrein op te rukken naar Antwerpen.

Belgen tegen wil en dank: de Ostkanons

Het Ardennenoffensief vond voor een groot deel plaats in de zogenaamde Oostkanons, een regio die ook wel wordt aangeduid als Oost-België of Eupen-Malmedy. Het gaat grosso modo om drie kantons (Eupen, Malmedy en Sankt Vith) die zijn gelegen in de aan Duitsland grenzende provincie Luik. Zij vormen taalkundig en cultureel een overgangszone tussen België en Duitsland. In totaal wonen er tegenwoordig circa 92.000 mensen in de Oostkantons, waarvan driekwart in de Duitstalige gemeenschap van Eupen en Sankt Vith en de rest in het Franstalige Malmedy.

De gebieden waren eeuwenlang speelbal van diverse grotere Europese machten. Tijdens de Franse overheersing werd Eupen-Malmedy- Sankt Vith in 1795 tot één bestuurlijke eenheid verenigd. Het Congres van Wenen (1815) schonk het gebied aan Pruisen. In 1919 werd het bij het Verdrag van Versailles aan België toegewezen. Hierbij werd geen rekening gehouden met de wil van de betrokken bevolking. Door zogenaamde Heimattreuen werden bijna continu campagnes gevoerd om de Oostkantons bij Duitsland te voegen.

Oostkantons Tijdens de Tweede Wereldoorlog

Op 18 mei 1940, na de Duitse inval in België, werden Eupen, Malmedy en Sankt Vith direct staatkundig met Duitsland verenigd. In Eupen en Sankt Vith werden de Duitse troepen met open armen ontvangen. Vlaggen met hakenkruizen hingen in de straten, Duitse soldaten werden als bevrijders ingehaald. Begin 1942 begon de inlijving van jonge mannen in de Wehrmacht. De inwoners van de Oostkantons werden tenslotte als Duitse burgers beschouwd. Meer dan 8.000 mannen werden ingelijfd in de Duitse Wehrmacht. Meer dan 2.000 van hen kwamen om aan het Oostfront.

Voor niet-militaire zaken moesten de Heimattreuen tijdens de oorlogsjaren echter ervaren dat zij door de Rijksduitsers als buitgermanen of rugzakduitsers werden beschouwd. Gelijkberechtiging was vooral in propagandageschriften te vinden. Toen op 12 september 1944 de eerste Amerikanen de buitenwijken van Sankt Vith binnentrokken, stond er daar – in tegenstelling tot Malmédy – niemand langs de weg om hen welkom te heten. De ware bevrijders waren immers zojuist verjaagd.

Half december 1944 waren de Duitsers tijdens het Ardennenoffensief wederom in de Oostkantons. Op 22 december veroverden zij zelfs opnieuw Sankt Vith, een belangrijk verkeersknooppunt. Op Tweede Kerstdag werd de stad door bijna 300 geallieerde bommenwerpers met de grond gelijkgemaakt. Malmedy viel daarentegen tijdens het Ardennenoffensief nooit in Duitse handen, maar werd wel tweemaal bij vergissing door de geallieerden gebombardeerd.

Na de oorlog ontstonden er bijzonder schrijnende situaties in de Oostkantons. Oud-Wehrmachtsoldaten die uit de regio afkomstig waren, werden door de Belgische staat vanwege landverraad aangeklaagd. Hierbij werd geen rekening gehouden met de bijzondere omstandigheden waaronder de Oostkantons bij Duitsland waren gevoegd en het feit dat duizenden jongemannen als ‘dwangsoldaten’ verplicht in de Wehrmacht waren ingelijfd.

De tegenreactie van de geallieerden

Terwijl in de Oostkantons het Duitse offensief bij de bevolking wisselende reacties teweegbracht, wierpen de geallieerden zich – na van de schrik te zijn bekomen – volop in de strijd. In het noorden liepen de Duitse troepen vast, maar in het zuiden kwamen ze dicht bij een doorbraak. Daar wist een deel van een SS- pantserleger diep achter de geallieerde linies door te dringen. De eenheid werd geleid door de  ambitieuze en nietsontziende Obersturmbannführer Joachim Peiper. De 29-jarige supernazi had eerder aan het Oostfront al op dubieuze wijze naam gemaakt met de totale vernietiging van enkele dorpen.

Terwijl de Duitse infanterie, die door de Amerikaanse linies heen moest breken, op Peiper wachtte, werd de Obersturmbannführer opgehouden door grote verkeersopstoppingen achter het front. Pas op 17 december lukte het Peiper om met zijn Kampfgruppe door te breken richting Honsfeld. Hier vond een eerste bloedbad plaats. Soldaten van Peipers Kampfgruppe vermoordden tientallen Amerikaanse krijgsgevangenen. Later zou Peiper ook bij het dorpje Baugnez massaal krijgsgevangenen laten afslachten. Dit dorpje ligt vlakbij Malmedy. De slachtpartij zou daarom de geschiedenis ingaan als Het Bloedbad van Malmedy. Peiper zou het Ardennenoffensief overleven en na de oorlog hoefde hij voor zijn oorlogsmisdaden slecht elf jaar in de gevangenis te zitten.

Hard en sluw

De Duitsers traden in de Ardennen niet alleen rücksichlos op, maar ook buitengewoon sluw, zoals luitenant-kolonel Otto Skorzeny. Zijn compagnie van Engelssprekende Duitsers wist met gestolen Amerikaanse uniformen en jeeps achter de vijandelijke linies te komen. Ze lokten geallieerde troepen in hinderlagen en ze wilden de bruggen over de Maas innemen.

Het nieuws over de soldaten van Skorzeny verspreidde zich als een lopend vuurtje. De Amerikanen gingen dan ook al snel op jacht naar de vermomde vijanden. De militaire politie zette een checkpoint op waar iedereen in een Amerikaans uniform, vragen over de Verenigde Staten moest beantwoorden. Welk honkbalteam werd bijvoorbeeld kampioen in 1934? En hoe heette de zus van Mickey Mouse?

Aanvankelijke boekten de Duitsers enkele successen tijdens het Ardennenoffensief, maar de geallieerde tegenstand was enorm. De Duitsers vochten dagenlang om strategische posities, die volgens plan eigenlijk binnen enige uren ingenomen hadden moeten worden. Langs het hele front bliezen geallieerde genietroepen bruggen op, zodat de Duitsers enorm moesten omrijden. Daarbij kwam dat de Duitse opmars werd vertraagd door een groot gebrek aan brandstof voor de diverse voertuigen.

Nuts!

Op 21 december omsingelden de Duitsers het belangrijke verkeersknooppunt Bastenaken. De stad werd echter verdedigd door de Amerikaanse 101ste Luchtlandingsdivisie. Deze Screaming Eagles – bekend van de succesvolle televisieserie Band of Brothers van Steven Spielberg en Tom Hanks – waren geharde veteranen. Ondanks gebrek aan van alles en nog wat bleven ze op hun post.

Na een korte maar heftige belegering eisten de Duitsers dat de Amerikanen zich in Bastenaken zouden overgeven. De Amerikaanse bevelhebber, generaal Anthony McAuliffe, dacht echter geen seconde aan overgave. Het antwoord van de generaal op de Duitse eis was dan ook kort en krachtig: ‘Nuts!’ Vrij vertaald: ‘Bekijk het maar!’

Drie dagen later werd het beleg van Bastenaken doorbroken, toen tanks van het Derde Amerikaanse leger van George Patton uit het zuiden aan kwamen stormen. De Duitse generaals realiseerden zich nu definitief dat ze de Maas niet meer over konden steken om Antwerpen te bereiken. De zo gehoopte brede doorbraak in de Ardennen zou er nooit komen. Generalfeldmarschall Gerd von Rundstedt kreeg de bijzonder ondankbare taak om het slechte nieuws over het mislukken van het offensief aan Hitler over te brengen. Die wilde er aanvankelijk, zoals altijd, niets van weten. Pas toen de Duitsers op alle fronten op de vlucht sloegen, gaf Hitler toestemming voor grootschalige terugtrekking.

Führer versnoept zijn laatste oortje

Het Ardennenoffensief heeft zowel aan Duitse als Amerikaanse zijde een hoge tol geëist. Zo’n 19.000 Amerikaanse en circa 17.000 Duitse soldaten kwamen om. De Amerikanen hebben gedurende de gehele Tweede Wereldoorlog niet zo veel manschappen verloren tijdens één veldslag.

Hitler wist met zijn offensief de frontale aanval op zijn Derde Rijk zo’n zes weken uit te stellen. De Führer had in de Ardennen zijn laatste reserves in de strijd geworpen. De koek was hierna echt helemaal op. Aan het eind van de oorlog konden de geallieerden hun militaire verliezen, dankzij de op volle toeren draaiende Amerikaanse oorlogsindustrie, met gemak opvangen. Duitsland was daarentegen compleet uitgeput en had niet alleen een groot gebrek aan wapens en munitie, maar ook aan soldaten.

In het oosten konden de Duitsers hierdoor ook de opmars van de troepen van de Sovjet-Unie niet langer stoppen. De Sovjets stonden al snel aan de Duitse grens en uiteindelijk zelfs in Berlijn. Op 7 mei 1945 tekende generaal Alfred Jodl in Reims de documenten voor onvoorwaardelijke overgave van alle Duitse strijdkrachten aan de geallieerden. Hiermee was de totale capitulatie van Duitsland een feit.